Je hebt twee dingen nodig: een adapter en een verdeelstekker. De adapter gaat in het stopcontact, de verdeelstekker splitst dat naar meerdere huisjes. Daarmee zet je je hele dorp met één knop aan.
Op één adapter sluit je meestal drie tot zes verlichte huisjes aan. Bij bewegende attracties zijn het er minder, want een motortje vraagt meer stroom dan een lampje.
Hieronder lees je hoe je dat opbouwt zonder dat je halverwege vastloopt.
Wat doet een adapter?
Een adapter zet de 230 volt uit je stopcontact om naar een lage spanning, meestal 4,5 volt. Daardoor worden de lampjes in je huisjes niet warm en werkt je dorp veilig.
Kijk bij het kopen naar het vermogen. Op de verpakking staat hoeveel onderdelen erop passen. Een kleine adapter voedt twee of drie huisjes, een grotere zes of meer.
Neem meteen een ruime maat. Je dorp groeit elk jaar, en een te kleine adapter koop je binnen twee seizoenen opnieuw. Bekijk de adapters en let daar op het aantal aansluitingen.
Waarvoor gebruik je een verdeelstekker?
Een adapter heeft vaak maar één of twee uitgangen. Met een verdeelstekker maak je daar zes of acht van.
Werk vanuit één punt. Leg de verdeelstekker achter je dorp of onder je ondergrondmat en laat alle kabels daar samenkomen. Zo hoef je nooit achter de kast te kruipen om iets aan of uit te zetten.
Zit een huisje te ver weg? Dan gebruik je een uitbreidingskabel. Kijk bij verdeelstekkers en uitbreidingskabels voor de juiste lengte.
Hoeveel sluit je aan op één adapter?
Dat hangt af van wat je aansluit. Houd deze richtlijn aan.
Verlichte huisjes zijn zuinig. Daar gaan er meestal drie tot zes op één adapter. Lantaarns en lichtsnoeren tellen ook mee, maar die vragen weinig.
Bewegende onderdelen zijn de zwaarste. Een draaimolen of skilift uit kermis & attracties vraagt vaak net zoveel als drie huisjes samen. Bij vier attracties heb je al snel een tweede adapter nodig.
Twijfel je? Kijk op de verpakking van je adapter. Daar staat het aantal onderdelen dat erop past.
Werken Lemax en LuVille op dezelfde adapter?
Meestal wel. Beide merken gebruiken een vergelijkbare aansluiting en spanning, dus je mengt ze zonder problemen op één verdeelstekker.
Controleer voor de zekerheid het type stekker van je huisje. Oudere modellen hebben soms een afwijkende aansluiting.
Zo werk je je kabels weg
Kabels bederven het beeld sneller dan een scheef huisje. Werk daarom van onderaf.
Leg eerst je ondergrondmat neer. Zet daarna je huisjes op hun plek en prik met een pen een gat in de mat onder elk huisje en elke lantaarn. Laat de draad daar doorheen zakken.
Bundel alle kabels onder de mat en breng ze naar één hoek. Daar staat je verdeelstekker. Leg de adapter zelf vrij en niet onder de mat, want die wordt licht warm bij gebruik.
Geen stopcontact in de buurt?
Gebruik dan een batterijhouder. Handig voor een vensterbank, een boekenkast of een plek midden in de kamer.
Batterijen werken prima voor een paar huisjes of een los lichtsnoer. Voor bewegende onderdelen is het minder geschikt, want die zijn de batterijen snel leeg.
Combineer gerust. Sluit je hoofddorp aan op een adapter en zet een los verlicht huisje elders in huis op een batterijhouder.
Zet alles op één timer
Een stekkertimer tussen je stopcontact en je adapter scheelt elke avond gedoe. Stel hem in op vier uur, bijvoorbeeld van 17.00 tot 21.00 uur.
Zo gaat je dorp vanzelf aan als het donker wordt en uit als je naar bed gaat. Je lampjes gaan er ook langer door mee.
Wil je meer sfeer in dezelfde opstelling? Kijk bij alle verlichting voor spots, lichtsnoeren en straatlampen.
