Voor een straat die af oogt heb je drie huisjes nodig. Voor een compleet dorp reken je op vijf of zes gebouwen. Meer dan acht huisjes op één plank wordt meestal te druk.
De vuistregel is simpel: één huisje per 20 centimeter breedte. Op een vensterbank van 60 centimeter passen dus drie huisjes. Op een dressoir van een meter zet je er vijf neer.
Hieronder lees je hoe je dat verdeelt en waar je op let bij het combineren.
Hoeveel past er op jouw plek?
Meet eerst je plek op, dan weet je meteen waar je aan begint.
Op een vensterbank of smalle plank van 60 centimeter zet je drie huisjes neer. Dat wordt een straat, geen dorp. Dat is prima, want een korte straat met goede details oogt beter dan een propvol plankje.
Op een dressoir van een meter passen vijf of zes gebouwen. Hier kan je variëren met een plein of een bocht in de weg.
Op een tafel of kast van anderhalve meter of meer werk je met acht tot twaalf gebouwen. Vanaf dit formaat maak je meerdere hoekjes met elk hun eigen sfeer.
Diepte is belangrijker dan aantal
Veel mensen zetten alle huisjes in één rechte rij tegen de muur. Dat is zonde, want dan lijkt je dorp plat.
Zet in plaats daarvan een huisje naar voren en twee naar achteren. Plaats de achterste op een verhoging van een boek of een blokje. Zo kijk je je dorp in en niet er tegenaan.
Met deze opzet heb je minder huisjes nodig voor hetzelfde effect. Drie huisjes met diepte oogt voller dan vijf op een rij.
Wat zet je erbij?
Huisjes alleen maken nog geen dorp. Houd deze verhouding aan.
Per huisje reken je op twee of drie figuren, één of twee bomen en een stuk landschap zoals een pad of een hekje. Bij drie huisjes komt dat neer op ongeveer acht figuren en vijf bomen.
Bekijk daarvoor alle figuren en de kerstbomen. Die vullen de ruimte tussen je gebouwen op en zorgen dat er niets leeg staat.
Passen huisjes van verschillende series bij elkaar?
Ja. Lemax houdt binnen al zijn series dezelfde schaal aan, en LuVille doet dat ook. Een boerderij uit Harvest Crossing staat dus gewoon naast een huis uit Caddington Village.
Het verschil zit in de stijl, niet in de maat. Engelse gevels naast Alpenchalets valt op als je ze direct naast elkaar zet.
De oplossing is eenvoudig. Geef elke stijl een eigen hoek en zet er een rij bomen of een heuvel tussen. Zo krijgt je dorp twee wijken in plaats van een rommeltje.
Passen Lemax en LuVille bij elkaar?
Ook dat gaat goed. De schaal van beide merken ligt dicht bij elkaar, dus een verschil van een centimeter valt in de praktijk niet op.
Houd wel rekening met de sfeer. LuVille maakt Nederlandse taferelen met grachten en molens, Lemax richt zich op Engelse en Amerikaanse dorpen.
Zet gebouwen van hetzelfde merk bij elkaar in de buurt, dan blijft elke hoek kloppen. Wil je alles uit één merk? Bekijk dan Lemax kerstdorpen of LuVille kerstdorpen.
Hoeveel huisjes koop je per jaar?
Begin met drie huisjes uit één serie. Daarmee staat er meteen iets dat af oogt.
Koop daarna elk jaar één of twee gebouwen bij. Zo groeit je dorp mee en blijft het leuk om naar uit te kijken. Veel verzamelaars kopen bewust één groot huisje per seizoen als middelpunt.
Wil je klein uitbreiden? Kijk bij de goedkope kersthuisjes. Die zet je achteraan, waar ze de diepte in je dorp versterken.
